Interview – Metalfan – January 2006

Metalfan – January 2006

Een interview met Mir-h iD van Ordo Draconis door Rik

Ordo Draconis stond enige jaren terug nog vooral bekend als één van de vele theatrale black metalbands. Afgelopen jaar leverde de band met het tweeluik “Camera Obscura” echter een bijzonder eigenzinnig, innovatief en gewaagd werkstuk af, dat veel van de luisteraar vraagt, maar ook veel terug geeft. “Camera Obscura pt. I: The Star Chamber Reviews” en “Camera Obscura pt. II: A View with A Room” mogen met recht bestempeld worden als twee van de meest originele albums van 2005. De hoogste tijd voor een interview met toetsenist Mir-h ID dus.

Jullie hebben de laatste jaren nogal wat bezettingswisselingen doorgemaakt. Kun je iets meer vertellen over de situatie na The Wing & the Burden? Als ik dat album vergelijk met het nieuwe materiaal, kan ik me voorstellen dat er behoorlijk wat discussie is geweest over de muzikale directie van de band…

Na het debuut The Wing & the Burden hebben we in de persoon van BM een vaste bassist aangetrokken. Moloch (zang) en Arco (drums) zijn enige tijd later uit de band gestapt. Ze konden zich namelijk niet meer vinden, hoewel om individueel verschillende redenen, in de richting die we aan het inslaan waren en de daarbij passende werkwijze. Na toch zo’n vijf of zes jaren van toewijding hebben ze er een punt achter gezet. Het is niet zo dat we vervolgens een plotselinge aandrang voelden om eens met z’n allen rond de tafel te gaan zitten en ‘t over een heel andere boeg te gaan gooien, maar logischerwijs is sinds hun vertrek wel de nodige ‘elleboogruimte’ ontstaan. Uiteraard is daarmee wel het één en ander veranderd ten opzichte van het vorige album. Je hoort wat nieuwe geluiden, waaronder een andere drummer (Moritz Neuner, sessie), bassist (BM) en zanger (Philip) dan op het debuut. Tel daarbij op een heus koor en verscheidene gastzangers en gastsprekers. De beide gitaristen hebben hun bezigheden ook uitgebreid met wat programmeerwerk, zoals de synths en samples voor “Vesper X”, “Angeldust” en “Debris” (eerste CD) of het intro/outro op de tweede CD. Op Camera Obscura hebben we ook een geluid dat organischer is en beter bij ons past, en dit mede dankzij de niet geringe verdiensten van onze producer/engineer Patrick Damiani (TidalWave Studio in Karlsruhe). Tenslotte moet je niet vergeten dat er ruim vier jaren liggen tussen het uitbrengen van het debuut en Camera Obscura. Gedurende zo’n periode kan uiteraard een hoop gebeuren. Discussie? Ik moet eerlijk bekennen dat we over het algemeen wel af en toe meer ‘lullen dan spelen’, en dat is er de laatste jaren zeker niet minder op geworden. Dat is wel nodig om te voorkomen dat je langs elkaar heen gaat werken. Dit kan lastig zijn omdat je muzikaal gezien soms over geheel andere referentiepunten beschikt of omdat muzikale visie zich niet altijd gemakkelijk in woorden laat vatten, maar dat maakt ‘t er niet minder belangrijk op. Zeker wanneer je je met iets als een conceptalbum bezighoudt. Je kan er voor kiezen om gewoon een liedje met een bepaalde ‘feel’ te schrijven en er vervolgens wat teksten bij bedenken. Daar is helemaal niets mis mee, maar bij ons zijn beide zaken van meet af aan wat nauwer op elkaar afgestemd.

Jullie zijn na The Wing & the Burden ook nog van label gewisseld. Waarom?

The Wing & the Burden is destijds uitgekomen op Skaldic Art Productions, een label dat door de man achter Falkenbach was opgericht om undergroundbands te helpen los van de gedachte of ‘t een paar centen in het laadje brengt of niet. Daarmee heeft hij natuurlijk wel zekere commerciële risico’s genomen, en dat, denk ik althans, heeft ‘t label de das om gedaan. Er zijn de afgelopen jaren wel vaker labels over de kop gegaan, zoals recentelijk nog Elitist Records. Je ziet ook dat sommige labels alleen het hoofd boven water kunnen houden door bijvoorbeeld de distro/mailorder tot eerste prioriteit verheffen of alleen bands te tekenen die toch weinig geld investeren in de productie van hun album. Nu ben ik ook weer geen doemdenker hoor, maar, terug naar ons verhaal, Skaldic Art is niet meer. We waren tijdig ingelicht zodat we op voorhand op zoek konden gaan naar een nieuw label. Zo zijn we in contact gekomen met Opus Magnum Productions, dat nu Camera Obscura heeft uitgebracht. De labeleigenaar is een vriend van ons die zichzelf Hermes noemt. Een vreselijk pompeuze kerel, moet ik zeggen, met beperkte middelen, maar wel een toegewijde, integere gast die ons onvoorwaardelijke vrijheid geeft in ons doen en laten. En dat is zeldzamer dan de meesten misschien denken.

Kun je het concept achter Camera Obscura wat meer toelichten?

Toen we nog niet eens het donkerbruine vermoeden hadden dat ‘t weerbarstige materiaal zich in twee schijven zou opsplitsen (hoe vies dat ook mag klinken), waren de ruwe basisthema’s kennis en macht, en daarmee de onderlinge relaties of juist ‘t gebrek eraan. Dat heeft zich zo uitgekristalliseerd in een aantal nummers. “Sirius Fever” handelt bijvoorbeeld over pseudo-wetenschap en westerse ideeën over primitivisme, terwijl “The Don of Venice” teruggrijpt naar de Urfaust. Eén van de andere nummers is echter een beetje uit de hand gelopen en heet nu Camera Obscura pt 1: The Star Chamber Reviews. Een soort staat binnen een staat. Om meteen maar een bruggetje te slaan, dat wordingsproces sluit merkwaardig genoeg aan bij de hierop gebruikte thematiek, die van Lucifer, de politiek leider die het goddelijk plan voorgoed van koers doet veranderen. We vallen namelijk terug op voor black metal begrippen vreselijk afgezaagde materie: de val van de engelen, de val van de mensheid en een visioen van die ene grote ‘val’ aan het einde der tijden. In eerste instantie zou ik misschien ook m’n bedenkingen plaatsen als dergelijke clichés weer eens van stal worden gehaald, maar feit is dat ze wel beter uitgemolken hadden mogen worden. Hoewel ‘t niet populair is om dit voor criminelen te doen, hebben we geprobeerd het personage, of variaties daarop, psychologisch ‘eerlijker’ te benaderen, en niet slechts als symbool of theologisch concept neergezet, of als de antropologische ‘Ander’. Symbolisme speelt wel een rol, maar meer als iets dynamisch en veranderlijks, bijvoorbeeld als onderdeel van de manier waarop personages uiting geven aan hun conflicterende inzichten. In welke mate je moet sympathiseren met de tragische helden laat ik wel in het midden. Er komt overigens in het hele verhaal geen God voor. Die kun je eerder zien als de mascotte van de schepping. Een soort McDonald clown.

Hoe is het idee voor het Camera Obscura-tweeluik eigenlijk ontstaan en hoe heeft dit omvangrijke project zich door de loop der jaren ontwikkeld? Zijn jullie problemen tegengekomen?

De ontstaansgeschiedenis is een aardig complex proces geweest, waarbij me elke keer weer nieuwe dingen opvallen wanneer ik er aan terugdenk. De problemen die we zijn tegengekomen zijn eigenlijk vooral de uitdagingen die we onszelf hebben aangedaan – dus we mogen niet achteraf gaan mekkeren. Ik denk dat ik daarnet wat de inhoud betreft al een tipje van de sluier heb gelicht. Dan kan ik hier een beetje ingaan op de praktische kant van het gebeuren. Zoals gezegd hadden we niet van tevoren bedacht dat er twee CDs zouden komen. Het materiaal bleek zich gewoon te hoog te hebben opgestapeld om op één CD ondergebracht te kunnen worden. Die voorbereiding heeft veel voeten in de aarde gehad. Lange tijd hebben we ook niet in een typisch bandverband gespeeld, want na het vertrek van Arco (drums) werkten en oefenden we met voorgeprogrammeerde drums. Dit zijn ook de drums op basis waarvan Moritz Neuner (ex-Abigor, ex-Dornenreich, Atrocity, etc.) zijn partijen voor Camera Obscura heeft ingespeeld – fantastisch overigens hoe hij het klaarspeelt om met clicktrack-begeleiding toch nog een geweldige groove neer te zetten. Behalve zonder échte drums hebben we voor een lange periode ook zonder zang geoefend. Tyrann/Philip (tevens actief in de band Vindsval) is weliswaar betrekkelijk snel na het vertrek van Moloch tot de band toegetreden, maar hij woont in Karlsruhe (Duitsland) – dat is voor een wekelijkse oefensessie net een paar kilometers te ver. Voordat we de definitieve stap zetten om de studio in te gaan zijn er nog verscheidene proefopnames gemaakt om de nummers nog eens kritisch onder de loep te kunnen nemen. Op de agenda stonden tevens de koorpartijen en de bijdragen van gastzangers. Daar is een hoop praktisch werk, soms zelfs nachtwerk, bij komen kijken. Overigens maakten we ‘t de koorleden niet makkelijk, maar ze maakten zich er dan ook niet makkelijk vanaf. Binnen de band denk ik dat de moeilijkheden enigszins van persoon tot persoon zullen verschillen. Dat is logisch ook, want iedereen leeft zich uit op weer iets anders. Zo heb ik zelf wel even moeten wennen aan de manier van teksten schrijven, omdat soms eerst en vooral de interactie tussen personages je aandacht vergt. Dat is waaruit motivatie en emotie moeten blijken en die kun je dan niet altijd in lange monologen gaan verwerken. Het verschil tussen de publieke en persoonlijke kant van een personage wordt daarmee ook wat anders vormgegeven. Daarnaast is het ook lastig om zulke gewichtige en verheven thema’s op een enigszins natuurlijke, onverstijfde manier te verwoorden zonder je schuldig te maken aan die gevreesde ‘cringe factor’.

Het tweede gedeelte van Camera Obscura is geen onderdeel meer van het concept, als ik het goed heb begrepen, maar bestaat uit een aantal niet direct gerelateerde nummers. Waarom krijgt het dan toch de naam Camera Obscura mee?

Concepten zijn natuurlijk niet eigen aan conceptalbums. Het ligt er een beetje aan hoe je het begrip ‘conceptalbum’ wilt hanteren, want zoals ik eerder heb geprobeerd te schetsen, gaat achter het geheel wel degelijk een concept schuil. De nummers op het tweede gedeelte zijn thematisch verbonden en in die hoedanigheid wordt er in de teksten soms ook gebruik gemaakt van terugkerende beeldelementen, hetzij specifiek toegespitst op hun functie in het nummer zelf. Het eerste gedeelte vormt in die zin nog een nauwer verbonden geheel, maar het is ook meer een conceptalbum in de zin dat de individuele nummers aan elkaar worden gelijmd door een verhaallijn. Daarmee voldoet ‘t denk ik beter aan de gangbare definitie van ‘conceptalbum’ dan A View with a Room. De overkoepelende titel Camera Obscura betekent letterlijk ‘donkere kamer’ en verwijst concreet naar de voorganger van de camera, een apparaat dat veel voor de kunst en wetenschap heeft betekend. En dat terwijl ‘t feitelijk gewoon een doos/kamer met een gaatje erin is, die dan na een nodige opknapbeurt tot van alles in staat blijkt te zijn. Meer in metaforische zin vertoont ‘t allerlei overeenkomsten met de manier waarop de mens, met zijn vele zintuiglijke hulpmiddelen, de wereld in zich opneemt, verwerkt, compact maakt, rangschikt – of juist in een doosje wegstopt om er verder niet meer naar om te kijken – juist die vervaging en vervlakking (zie ook “Vesper X”). Projectie is hierbij iets wat zich doorzet naar de fysieke wereld, want we doen er natuurlijk van alles mee en ruwweg materialiseert onze belevingswereld zich als een camera obscura, of delen we deze in meerdere fysieke compartimenten in. Het interessante aan de titel is dat hij tegelijkertijd associaties oproept met ruimte en begrenzing, wat dan ook in de ondertitels tot uiting komt, The Star Chamber Reviews en A View with a Room. Overigens hoop ik niet dat luisteraars een link leggen naar de tenenkrommende conceptalbums die nog wel eens in de progrock en de latere progmetal zijn gemaakt, maar gelukkig kleeft er sinds bands als Tool en Radiohead enzo niet meer zo’n ‘kazig’ stigma aan die term als voorheen.

Hoe willen jullie de muziek van Camera Obscura ooit live gaan spelen? Zijn jullie niet bang dat de muziek live aan zijn gelaagdheid moet inboeten?

Ik zie het doel van live spelen niet als ‘t herkauwen van de ‘luistermuziek’ die je op CD ten gehore brengt. Niet dat we ‘t hele concept van live-spelen radikaal willen omgooien, zoals een experimentele rockband als Sun City Girls schijnt te doen, maar de accenten liggen wel wat anders. Gelaagdheid blijft belangrijk, maar ‘t vereist toch een bepaald transparant geluid dat het best tot stand komt in de opnamestudio. Live wordt ‘t überhaupt al gauw fysieker, wat ook zo z’n aantrekkelijke kanten heeft. Zachtere, subtielere momenten lenen zich hier evenmin voor en worden dan ook tot een minimum beperkt of aangepast. Daarbij komt ook wel dat bepaalde stukken exclusief voor het album zijn geschreven, terwijl we bij andere nummers ermee rekening hebben gehouden dat ze op het podium tot hun recht moeten kunnen komen. De zang wordt live overigens verzorgd door 1337_Misanthrope, Rahab en mijzelf.

Zit er nog een (grote) tour aan te komen, of gaan jullie eerst de accu weer opladen?

We zullen zeker wat optredens gaan doen om dit album te promoten en ons gezicht te laten zien. Het eerstvolgende optreden dat ik met zekerheid kan bevestigen zal zijn op 14 januari 2006 in De Gonz in Gouda (www.degonz.nl). Het zal de laatste keer zijn op die locatie, want de sociëteit zal gaan verhuizen. Een heuse Europese tournee lijkt me nog toekomstmuziek, maar is niet volkomen uitgesloten. In oktober hebben we zelfs al een mini-tour in Portugal gedaan met de Portugese band Epping Forest. Het is de bedoeling dat die gasten ergens in de nabije toekomst naar Nederland komen om met ons een paar optredens neer te zetten.

Kun je wat meer toelichting geven over het idee achter het (nogal bizarre) artwork?

De ontwerp(st)er heet Jessica Groenewegen. Zij heeft onze thematische en esthetische ideeën fantastisch weten vorm te geven. Eigenlijk zou het artwork voor zich moeten spreken, maar ik kan wel wat hulpmiddelen aanreiken. De directe overeenkomst tussen de beide hoezen is natuurlijk het perspectief van de ‘donkere kamer’, en dat is weer Nederlands voor camera obscura. Daarnaast zie je een soort omgekeerd Indonesisch schaduwspel (wajang kulit) – omgekeerd in de zin dat ‘t om lichte, perifere verschijningen gaat tegen een donkere achter-/ondergrond. Voor sommige beeldelementen hebben we direct kunnen putten uit de teksten, zoals de zendmast (het machtsbolwerk dat in “Neuron Gutter, Neutron Star” wordt belaagd door een soort van mediapiraat), de vliegen (lord of the flies, de spionnen van “Espionage”) of de dokter met zijn zgn. pestmasker (‘Dr Schnabel’ in “Dancefloor Clinic”). Niet dat ‘t een bonte ratjetoe is geworden van elementen die lukraak bij elkaar zijn gesmeten, maar ze bleken ook in het bredere verband goed bruikbaar. Die vliegen, smoezelige ziektebrengers én meesters van het recyclen, lenen zich er bijvoorbeeld prima voor om verval en tegelijkertijd continuïteit uit te drukken. Het parapluvormige scherm op de eerste schijf The Star Chamber Reviews maakt deel uit van een systeem dat een panopticon wordt genoemd (ja, dat is toevallig ook de titel van een Isis-album). Dit verwijst naar een bepaald architecturaal ontwerp voor een gevangenis, waarvan het idee is dat de bewakers de gevangenen kunnen zien en horen, maar niet andersom. De filosoof Michel Foucault gebruikt die term ook om het belangrijkste mechanisme aan te duiden waarmee machtsstructuren in stand worden gehouden – zie daar weer het thema ‘kennis en macht’. Op weer een andere manier brengt het onder de loep nemen van de facetogen van een vlieg (die hij nodig heeft om te jagen of juist objecten uit de weg te gaan) een bepaalde spanning teweeg tussen zien en gezien worden. Op de hoes van de tweede CD A View with a Room kijk je mee over de schouder van een speurder of gangster, met gleufhoed en al, die zo uit een film noir weggelopen lijkt te zijn. En dat klopt ook. Een aantal kenmerken van dat filmgenre bleek in onze context goed te werken, zoals het suggestieve visuele décor, dat voor een belangrijk deel door bepaalde licht- en schaduweffecten bepaald wordt; of de psychologische strijd van de doortastende, maar niet onkreukbare en uiteindelijk tragische held. Denk bijvoorbeeld aan de figuur Faust in “The Don of Venice”. In het algemeen kun je stellen dat hier uitgelicht is de idee van visie als wapen, alsook de hieraan inherente terugslag. Als kijker wordt je overigens betrokken, bijna medeplichtig gemaakt. Misschien denk je ‘bah, vingers op het boekje’, maar als je eens goed kijkt zal je zien dat je vingerafdruk deel uitmaakt van de hoes. Ik hoop dat ik zo genoeg aanwijzingen heb gegeven die enige houvast kunnen bieden.

Hebben jullie al nagedacht over toekomstplannen? Zal jullie stijl zich in de toekomst weer wat meer richting het oude werk gaan richten, of zullen jullie deze experimenteerdrift nog verder proberen uit te werken?

Het is eerlijk gezegd wat vreemd en onwennig om te praten over je nieuwe plaat wanneer je zelf al een berg nieuwe muziek hebt geschreven en enige muzikale ontwikkeling hebt doorgemaakt. Voor m’n gevoel ligt Camera Obscura al wat jaartjes achter me, terwijl ik inmiddels al behoorlijk wat muziek thuis heb opgenomen, compleet met (voorgeprogrammeerde) drums, bas, gitaar en toetsen, ed. Maar als groep zijn we nog maar net begonnen met het werken aan nieuw material – het is dus nog te vroeg om iets zinnigs te zeggen. Ik denk wel dat stijlvreemde elementen beter geïntegreerd zullen worden. En dat ‘t volgende album geen drieling wordt, maar gewoon één CD. De motivatie en toewijding zit er ook goed bij iedereen in. Eerlijk gezegd vind ik onszelf niet zo experimenteel, maar dat zegt misschien meer over het genre dan over ons. We zullen zeker niet teruggaan naar het oude werk, hoewel het altijd mogelijk is dat oude thema’s nog even een metamorfose ondergaan. Voorlopig zullen luisteraars nog wel een hele kluif hebben aan Camera Obscura, lijkt me. Nog laatste woorden?

Zeer bedankt voor het interview en succes met Metalfan. Als ik mag afsluiten met wat schaamteloze spam: de twee CDs van Camera Obscura zijn samen € 20,-, inclusief verzending. Je kunt direct via ons bestellen door een e-mail sturen naar rahab@ordodraconis.com. Samples zijn te beluisteren op een tweetal plaatsen: op onze website www.ordodraconis.com, en op de MySpace-pagina www.myspace.com/ordodraconis. Er zijn tevens longsleeves en T-shirts van Camera Obscura verkrijgbaar: bezoek de website voor meer info. Als er zalen geïnteresseerd zijn om ons voor optredens te boeken, zijn ze meer dan welkom om even contact met ons op te nemen via hetzelfde e-mailadres hierboven.